Terug naar de eerste pagina
vervolg de rondleiding door de hele website
voor alle pagina's op deze site
Informatie over lezingen, workshops, cursussen en congressen
Informatie over de cursus/opleiding astrologie via email/internet
Informatie over consulten en andere horoscoopduidingen
Naar de "Beroemde" weekahead!
Kwartaalblad van het CHTA
Index van alle artikelen op deze site
Informatie over de CHTA uitgaven
online astrologische booekwinkel via bol.com
interessante en handige links voor astrologen
 

 

 


Tussen leven & dood
-Evert Beyers-

artikel eerder gepubliceerd in astrotime #63

 

Het is een gruwelijke waarheid die wij soms niet geweten willen hebben, maar de geboorte is voor veel mensen een traumatische gebeurtenis. Het is een kwestie van leven of dood. De fortuinlijke zielen zullen zich als lichaam doorheen een benauwende tunnel naar buiten wroeten, terwijl anderen het niet halen of voor het leven beschadigd zijn. Wanneer de boreling in de armen van zijn moeder naar zijn eerste levensadem hapt, bevindt hij zich reeds in de zintuiglijke, vergankelijke wereld. De eeuwige ziel heeft zich vanuit Goddelijke sferen gemanifesteerd in de stof. Een nieuwe vorm is ontstaan omdat de energie zich heeft gebonden in materie; een electromagnetisch veld, of nog anders gezegd : een belichaamd wezen die men ‘mens’ noemt. Mercurius heeft deze nieuwe ‘mens’ het warme zonlicht gebracht, Venus zorgt voor onvoorwaardelijke liefde. Het leven lacht hem toe. Hij wordt door zijn naasten op zijn wenken bediend en met de grootste zorg omringd. Maar de paradijselijke toestand heeft hij wel achter zich gelaten. Dat zal hij gauw merken.

Zijn geboorte blijkt eigenlijk een vergissing, een illusie en paradoxaal genoeg ook heel werkelijk. Alles rondom hem is leegte maar ook vorm, niets en tegelijkertijd ook alles. Het lichaam is als het ware een zich manifesterende droom, een projectie van hersensignalen die zich transformeren tot de toestand die wij ‘werkelijkheid’ noemen.

Het enige wat in zijn korte leven niet zal veranderen is dat hij zal veranderen. In sommige spirituele tradities kent men een ‘onveranderlijk IK’, dat zij meestal het ‘Zelf’ noemen. Dit is het referentiepunt voor al zijn ervaringen. Elk andere referentiepunt is gekenmerkt door verandering en verval. Zijn enige doel is het opnieuw tot stand brengen van een intieme relatie met het Zelf in de vorm van de ziel. Hij si terecht gekomen in een duale wereld en daardoor is hij vervreemd van zijn Bron. Hij is individu geworden en hij zal zich zoals iedereen aanpassen aan de aardse wetten,  om het spel waar hij in terecht gekomen is zo goed mogelijk te spelen. Onder impuls van de buitenplaneet Mars zal hij zich al spartelend in het leven overeind houden en tegelijkertijd een goddelijke hunkering steeds bewaren. Want datgene wat het beste is voor de mens, terugkeren naar de Bron, is niet zomaar bereikbaar.

Eens hij geboren is, beseft de mens dat hij afgescheiden is. Het gaat over een fundamenteel tekort dat de menselijke existentie tekent, een soort negativiteit die het bestaan doortrekt. En toch wordt dat tekort gevierd, beaamd. Desgevallend legt Pluto hem dit schoksgewijs op. Hij is er zich nog niet van bewust maar onder zijn buitenkant schuilt de transcendentie, en hij zal gaandeweg beseffen dat hij die zonder te sterven nooit volledig zal kunnen realiseren. Ziedaar het drama.

De Griekse dichter Aristophanes heeft deze tragedie komisch verbeeld in zijn mythe van de mensen die als bollen zijn geschapen, maar wegens ongehoorzaamheid door Zeus in tweeŽn zijn gesneden en sindsdien wanhopig hun wederhelft zoeken. Omdat de gescheiden mensen, als ze die andere helft eenmaal gevonden hadden, elkaar niet meer los wilden laten en dus omkwamen van de honger, vond Zeus seksualiteit uit, als tijdelijk bevrediging die hen in staat stelde weer aan het werk te gaan.

Zo is het ook met ons gesteld. Aristophanes laat Hepaestus, de smid der goden, uiteindelijk bij twee minnaars komen en vragen: wat willen jullie nu eigenlijk? Zal ik jullie samensmeden? ‘Ja!’ roepen – naar goede oud-Griekse traditie - de ‘jongens’. Maar iedereen weet dat verlangen naar eenwording ook verlies van identiteit betekent, want dat betekent opgaan in een nieuwe identiteit. En niemand wil zichzelf verliezen. Zelfs niet in een Mit-Welt.

Iedereen die van baby’s houdt, herkent de puurheid, de zuiverheid, de onschuld en de transparante energie die doorheen dit wezen stroomt.  Astrologen weten dat de zuigeling deze onbewuste toestand van zuiverheid en onschuld bewaart, tot Saturnus opduikt en zijn psychologische band om hem legt. Wanneer de kleuter zich bewust wordt van zijn persoon, zal hij het contact met de kosmos, met het grotere geheel, verliezen. Het zijn nu de contacten met moeder (Maan) en vader (Zon), en de externe banden met gezagvolle anderen, die het leven zullen bepalen. Na onze geboorte zijn we immers totaal afhankelijk van onze omgeving. Zonder aandacht, zorg en bescherming zouden we niet lang overleven. Zo zal een kind dat onvoldoende aandacht krijgt, ophouden met groeien. Enkele jaren later beseffen we dat we ‘verschillend’ zijn. We bakenen of scheiden ons af, van de dingen, van de anderen. We leren te denken in dualiteiten, in categorieŽn van ruimte en tijd, oorzaak en gevolg.

Dit proces verloopt in fases van zeven jaar, waarbij wij worden gedomineerd door structuren en vormen. Ons lichaam creŽert zo continue nieuwe vormen om aan de eisen van het leven tegemoet te kunnen komen. Ook psychologisch krijgt de mens een vorm, een masker, opgeplakt waaronder de eigen identiteit in zekere zin verstikt. Hij gaat voortdurend proberen zichzelf te conformeren aan dat masker. Dit is een universeel fenomeen. Opvoeding, of wat we socialisatie noemen, speelt daarin een grote rol. Je bent een politicus of zakenman, je bent dat misschien wel niet, maar je gaat je zo gedragen alsof je dat bent. We identificeren ons al op jonge leeftijd met bepaalde groepen waaraan we onze eigen identiteit conformeren, en waardoor we onze eigen individualiteit verstikken. De vraag is of je je hieraan kan onttrekken. Kan je je soeverein of autonoom opstellen om ‘jezelf’ te blijven zijn?

Na de eerste zeven jaar heeft het ‘ego’ min of meer vorm gekregen. Daardoor leer je  op school steeds beter hoe je je kan verhouden tegenover de aardse werkelijkheid. Sommigen rebelleren daartegen, maar de meesten gaan weer een nieuwe status quo aan, want zij willen erkenning van de ‘peer-group’. Zij zijn immers heel onzeker op die leeftijd. Vervolgens gaan ze studeren en werken, en in het beste geval hebben ze op hun 29e levensjaar de kans om Saturnus te integreren, om hun eigen gezag te worden, en dat kan alleen maar wanneer ze zichzelf niet langer afhankelijk opstellen ten aanzien van de goedkeuring van anderen. Dit is niet eenvoudig in onze maatschappij. Wij draven maar door in onze hypercompetitieve microkosmos, en kijken zelden achterom. Tijd voor reflectie of zingeving hebben we zelden. Daar hebben we het te druk voor.  Groei, winst en status zijn onze doelen. FinanciŽle targets, verbetertrajecten en vooruitzichten, objectieven, evaluatie- en functioneringsgesprekken houden ons binnen het gareel. In het beste geval is er de bonus of het incentive, en wij blijven juist daardoor ingesnoerd tussen de ringen van Saturnus. Ook de politiek deelt dit lot. Hoe kun je van een democratie spreken als het economisch beleid niet via de stembus te veranderen is? Cruciale dossiers zijn uit de electorale arena gelicht en ondergebracht in schimmige onderhandelingen tussen bijvoorbeeld de EU en de grootbankiers. Technocraten van de Unie hebben voor die evolutie als een eufemisme verzonnen : constrained democracy, ingesnoerde democratie. Dit maakt vele kiezers sceptisch, soms cynisch, soms rebels.

Niet weinig mensen blijven tot op hoge leeftijd in de status quo fase hangen, en zich voegen naar de eisen van de buitenwereld. Gelovigen wachten zelfs gedwee de dag van het laatste oordeel af. “Waarom is de gehoorzaamheid dť deugd bij uitstek in de Christelijke cultuur?” Die vraag heeft Nietzsche gesteld. En hij deed dat op een zeer provocerende manier door te zeggen dat het Christendom steevast de zijde kiest van het zwakke en het zieke.

 

In onze post-moderne tijden willen steeds meer mensen de zin en betekenis van hun leven zoeken in het hiernumaals. Ze gaan op pad om het oceanisch gevoel, de eenheid met de kosmos, terug te vinden. Ook hun ziel verlangt terug naar de levende Bron, en dit vooronderstelt de integratie van Saturnus. Indien zij het ‘neen’ van Saturnus willen overstijgen, naar de geestelijke wereld, dan moeten zij Saturnus verinnerlijken. De ring van Saturnus blijft halsstarrig ‘neen’ zeggen en opent zich pas wanneer zij zich  naar hun innerlijke richten, wanneer zij met hun eigen geweten, eigen gezag en verantwoordelijkheid, van binnenuit lak hebt aan wat anderen zeggen. Voor dat zij dat gevonden hebben, is het ongemak en eenzaamheid, maar nadien voelen zij zich toch sterker en opent zich een nieuwe wereld. Dan begint de geestelijke zoektocht, maar dan op een bewuste manier.

Enkelingen zullen de ketens al vroeger van zich afschudden, en zullen aldus de sleutel vinden die de deur opent naar het individu-zijn, het vrij-zijn, de Uranusfase. Niemand kon zo goed het belang inschatten van deze fase als de 17e eeuwse denker Baruch de Spinoza. Zijn filosofisch argument ten gunste van de vrijheid van denken en spreken kreeg niet alleen tijdens zijn leven maar vooral in zijn politieke filosofie een beslissende betekenis. Vrijheid is voor Spinoza zelfdeterminatie, het uitsluitend bestaan en handelen overeenkomstig de eigen natuur. Bestaan veronderstelt een welomschreven identiteit en eigen aard, maar ook het bewaren en voortzetten van deze identiteit. De basishouding van iedere mens is dan ook de zelfhandhaving. Dit betekent leven vanuit zijn eigen kracht. Negatief geformuleerd : vrijheid betekent “niet-gebonden zijn door iets anders, onafhankelijkheid ten aanzien van buiten mijzelf gelegen instanties, niet beperkt of bepaald worden van buitenaf”. Nu had Spinoza reeds op jonge leeftijd de bewuste keuze gemaakt om voor zichzelf denken (Saturnus conjunct Zon in Huis 8, Boogschutter), om niet in de status quo te blijven hangen, en zelfs de banden met de Joodse gemeenschap te verbreken.

Durven verder gaan op het spirituele pad is weinigen gegeven. Terugkeren naar de Bron, waar de mens zo naar verlangt, vraagt moed want het wekt vervreemding op. De laatste woorden uit de ‘Ethica’ luiden : “Alles wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam”. Maar als we daarin slagen, dan komt Neptunus ons de eenheid brengen, verdraagzaamheid en mededogen voor alle mensen. Net als Krishnamurti had Spinoza een stevige innerlijke Saturnus en was hij bijzonder goed in staat om de uiterlijke chaos aan te kunnen. Als filosoof-lenzenslijper was hij onthecht geraakt aan de stoffelijke manifestatie en was sterk gericht op “God of de Natuur” zoals hij de kosmos noemde. Hij was  voorbij de stof geraakt, voorbij de structuren en de vormen, en kon tegelijk Neptunus in die vormen en structuren terugvinden.

Dit is de laatste fase in onze evolutie, de Neptunusfase, het spirituele pad. Het pad niet meer weg van de Bron maar ditmaal het pad naar de Bron toe. Dit pad wordt bewandeld wanneer je uit de band gesprongen bent als rebel, iemand die er in de Uranus-fase ‘uitgevallen’ is, maar dan compassie begint te krijgen, en daarbij ongehecht is aan het resultaat. Je weet dat je niet anders hebt gekund, en het resultaat heb je niet altijd in je hand. Je weet niet altijd waarom er iets mislukt. Bovendien, soms is mislukking nodig. Falen mag (nu weer). Op dat moment begint Neptunus anders te werken. Saturnus helemaal loslaten is niet de bedoeling. Het is vanuit de Neptunus compassie en eenheid toch zaak om Saturnus een beetje vast te houden.

De filosofische intuÔtie van Spinoza is in de XXe eeuw verder uitgewerkt rond de basisidee : “Wij zijn ťťn met onze omgeving die louter bestaat uit energie en informatie”. Mijn lichaam is wel gescheiden van de muur door een lege ruimte, maar het onderscheid tussen ‘vol’ en ‘leeg’ is zonder betekenis. Elke ruimte is gevuld met een vrijwel onbeperkte hoeveelheid energie en de geringste trilling maakt deel uit van uitgestrekte energetische velden die zelfs hele melkwegstelsels omvatten. De moeder en haar baby zijn niets meer dan twee bundels energie en informatie met elkaar in contact komen. Beide zijn niet meer dan minuscuul kleine manifestaties van het oneindige veld dat we het universum of kosmos noemen. Vandaar kunnen we stellen dat : “Zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven”. Dit is niet een willekeurige, mystieke uitspraak van astrologen, maar de daadwerkelijke ervaring van mensen die zich kunnen losmaken uit een toestand van isolement en afgescheidenheid, en zich in plaats daarvan vereenzelvigen met de eenheid van alle dingen. In dat ‘eenheidsbewustzijn’ worden mensen, dingen en gebeurtenissen allemaal deel van hun persoon.

Het kunnen ervaren van eenheid heeft gevolgen voor ons zelfbeeld, omdat een harmonieuze interactie tussen onszelf en ons lichaam ons van angsten kan verlossen. Angsten worden vaak uit isolement geboren. Juist omdat we onszelf als een afzonderlijke entiteit zien, scheppen we chaos en wanorde tussen onszelf en de dingen ‘buiten ons’. Onderdrukte verwarring wordt op de omgeving geprojecteerd als vijandigheid, ongeduld of verwijten. We zitten gevangen in onze eigen onwetendheid, we voeren oorlog met andere mensen, omdat wij hen dwingen te zijn wat wij willen dat ze zijn. Aldus vernietigen wij onze omgeving in een vruchteloze poging het onbeheersbare te beheersen. Wij reageren op de geringste spanning met harde kritiek op onszelf of op anderen. Tevens ontwikkelen wij de illusie dat de concurrentiestrijd met succes werd aangegaan. De dood, het laatste stadium van isolement, doemt voor ons op als het angstaanjagende onbekende; alleen al het vooruitzicht van verandering, die deel uitmaakt van het leven, roept een onuitsprekelijke afkeer op omdat het een verlies betekent.  Het komt er dus op aan de grenzen die ooit intellect, lichaam en geest van elkaar gescheiden hielden, te overschrijden.

Wanneer we in dit proces openstaan, vertrouwen hebben in de goede afloop, dan zijn we klaar voor de grote test :  de confrontatie met Pluto. Deze planeet staat in de horoscoop als een toegangspoort tot de Ziel. Pluto vraagt dat we onze macht niet meer gebruiken op ego-niveau maar op zielsniveau. De Maan in de horoscoop geeft weliswaar het lichamelijk-geÔdentificeerd ego aan maar het ware wezen van de mens is zijn of haar Ziel. Een geÔndividualiseerd deeltje van God. Toegang tot het bewustzijn van de Ziel verkrijgen we soms door middel van Plutonische initiatieprocessen. Om het ego in overeenstemming brengen met de ziel, moet een proces doorlopen worden : Maan, Saturnus, Uranus.  Pluto daagt ons telkens uit, vermaalt onze persoonlijkheid, en zorgt voor existentiŽle onrust. Deze onrust kan vruchtbaar zijn wanneer de mens binnen een hegeliaanse dialectische beweging belandt. De Duitse filosoof W. F. Hegel ziet het bestaan als een proces van voortdurende negatie : in de ontmoeting met de ander, met de maatschappij en de wereld moet het IK zichzelf negeren, zichzelf op het spel zetten om zo zichzelf te kunnen herwinnen. Die negatiebeweging maakt het subject instabiel. Bovendien moet de mens zich telkens opnieuw offeren : de dialectiek is een oneindige loop, met oneindige onrust tot gevolg. Dit is het Plutonisch proces. Om te kunnen leven moet de mens steeds opnieuw sterven. Maar ook het offer ondergaat een transformatie, en wordt steeds meer universeel, gespiritualiseerd tot een levensstijl, namelijk : het sterven om te leven.

De wezenlijke Pluto-integratie kan maar echt plaatsvinden wanneer je voor het eerste met de dood geconfronteerd wordt. Veel mensen staan niet stil bij de dood. Zij denken aan de toekomst als zou die oneindig zijn. Het eindige, het fysieke leven dat eindigt, komt nog niet ter sprake. Soms komt de dood onverwacht als een schok die nog de Uranusfase is. De dood is nog niet geÔntegreerd. Zij is nog niet verinnerlijkt. We rouwen en denken meestal over de dood van andere mensen, maar wie denkt na over zijn eigen dood? Dat is de inwijding die Martin Heidegger met zijn concept Sein-zu-Tode heeft uitgewerkt. Heidegger stelt dat alle mogelijkheden van de mens verwijzen naar een existentiaal-ontologische ‘uiterste mogelijkheid’. Deze uiterste mogelijkheid is de dood. Fundamenteel ontologisch is het mens-zijn een ‘zijn-ten-dode’ . Dit is ook het geval voor de dieren. Maar die weten van niets. Enkel de mens weet.

Heidegger heeft gegronde redenen om het onderwerp ‘dood’ ter sprake te brengen. Allereerst hoort de dood bij mens vanaf het moment dat deze er is. De mens is zich bewust dat hij ten dode opgeschreven is, of zoals Heidegger een oude spreuk citeert: “Zodra een mens tot leven komt, is hij terstond oud genoeg om te sterven.” Dit mag niet zo worden opgevat dat er een moment komt waarop het leven eindigt, een gebeurtenis ergens in de toekomst. Neen, de dood is in het leven aanwezig als een basso continuo, die alles wat mensen ondernemen draagt.

Een tweede reden om de dood ter sprake te brengen is dat zij ons brengt tot een nadere bepaling van eigenlijk en oneigenlijk zijn. De dood scheidt op een buitengewoon radicale wijze het eigenlijke en het oneigenlijke. Het oneigenlijk zijn is gelegen in het ‘wegdenken’ van de dood. Een oneigenlijk mens verdoezelt de altijd aanwezige mogelijkheid van zijn eigen dood. De dood is iets wat anderen overkomt maar hem niet – dat wil zeggen zolang hij niet ‘iets doms doet’. Het men denkt de dood weg : het is mijn beurt nog niet.

Het eigenlijke zijn daarentegen is een aanvaarding of illusieloze erkenning van de dood. Zij ziet de dood vastberaden onder ogen. Door de Plutonische dood als laatste (on)mogelijkheid wordt de mens, die doorgaans in de wereld betrokken en daarin opgaand is, met zichzelf geconfronteerd. Alleen in het besef van de dood wordt hij volslagen op zichzelf teruggeworpen. De dood verenkelt of individualiseert de mens. Ieder heeft zijn eenzame dood te sterven. Slechts in het sterven kan de mens absoluut zeggen ‘ik ben’. Heidegger concludeert hieruit een wezenlijke ontheemdheid van het bestaan. Een veilig, geborgen ‘thuis’ heeft de mens niet. Hij is steeds onderweg.

En de weg die de mens bewandelt "in opdracht van de Ziel" wordt aangegeven door de Maansknopen. We lopen deze weg onbewust met ons automatische, instinctieve Maan-bewustzijn. De Maansknopen functioneren in opdracht van Pluto. De zuidelijke Maansknoop vertelt veel over allerlei ervaringen en houdingen die de Ziel al uitgeprobeerd heeft in het verleden, in vorige levens. Het huis waarin de Zuidelijke Maansknoop staat is dan ook een ‘bekend’ gebied voor ons.

De ziel wil echter alles integreren, gecentreerd blijven, tot een- en heelwording komen, en laat dit blijken door middel van het huis waarin de Noordelijke Maansknoop staat, wiens ervaringen ook geÔntegreerd moeten worden, maar die niet als vertrouwd aanvoelen. In dit huis ligt ook de eigenlijke vrijheid van de mens; het leven en de dood te aanvaarden of te ontvluchten.

Wij kunnen deze gedachte nog anders formuleren. Wat Saturnus de mens als doeleinden aanbiedt, bindt hem aan het oneigenlijke bestaan. Wij doen, in de strijd voor overleving, al het mogelijke om de dood te vermijden, en beseffen dat de dood geen poort meer is naar een of ander paradijselijk oord. Elke vorm van zingeving moet hij dus aan zichzelf ontlenen. De bewustwording en de integratie van de planeetinvloeden in onze persoon kunnen daar een wijs hulpmiddel toe zijn.



____________________

Evert Beyers (©) oktober 2013

Vervolg rondleiding door de site