Terug naar de eerste pagina
vervolg de rondleiding door de hele website
voor alle pagina's op deze site
Informatie over lezingen, workshops, cursussen en congressen
Informatie over de cursus/opleiding astrologie via email/internet
Informatie over consulten en andere horoscoopduidingen
Naar de "Beroemde" weekahead!
Kwartaalblad van het CHTA
Index van alle artikelen op deze site
Informatie over de CHTA uitgaven
online astrologische booekwinkel via bol.com
interessante en handige links voor astrologen
chta,org, min of meer de "groepssite" van de chta-club

 

 


EEN INTERNATIONALE HULDE AAN DE BRILJANTE

DANE RUDHYAR
1895-1995

- deel 4 (van 10) - RUDHYAR & ZIJN CONTACT MET HOLLAND, 
door drs. Helene W. Koppejan-van Woelderen

 

De geniale Dane Rudhyar kan van vele kanten worden benaderd. Ik schreef hem eens naar aanleiding van een lezing, die hij op 29 augustus 1962 voor het Open Veld in Zeist hield, dat men hem daar een 'fenomeen' vond. Hij antwoordde mij daarop in een van de vijftig persoonlijke brieven, die ik van hem bezit: "Ik vond het grappig dat je het woord 'fenomeen' gebruikte, want toen ik 18 jaar was noemde een man aan de kust van Frankrijk (in het hotel waar we allemaal logeerden) mij 'phenomene' in plaats van bij mijn naam. In het Frans had dit natuurlijk een andere betekenis, zoiets als 'wonder boy' in de Verenigde Staten momenteel" (brief van 6 nov. 1962).

Ik wil een kleine periode uit het fenomenale leven van Rudhyar lichten: zijn contact met Holland, waar ik zelf instrument in ben geweest. Daaruit kwam zijn contact met Carolus Verhulst voort, die hem hier in 1962 ontmoette. Deze was toen de uitgever van Servire, die uiteindelijk negen boeken in het Engels voor Rudhyar gepubliceerd heeft. Ik was in die jaren een beginnend astro-psychologe van even in de dertig. Dankzij onze ontmoetingen in Los Angeles in 1958, besloot Rudhyar mij tijdens zijn reis door Europa in 1960 in Nederland op te zoeken.

De notities over Rudhyar doorbladerend, herinner ik me een gloeiend warme middag in Hollywood in 1958. Langs rijen palmbomen wandel ik het flatgebouw binnen, waar ik de man zal ontmoeten die bekend staat als een der belangrijkste Amerikaanse astrosofen. Zijn boek "Astrologie, aanleg en karakter" heb ik in Holland in de kast staan.

Rudhyar staat boven aan de trap, een wat gebogen man met een fijn besneden gezicht en donkere baard. Het gesprek komt wat moeizaam op gang. Hij strijkt telkens over zijn ogen, heeft een soort chronische griep, zegt hij, komt van de luchtvervuiling in Los Angeles, het is hier geen leven meer. Of ik liever later terug zal komen? vraag ik. Nee, het is goed dat hij weer eens een Europese ontmoet. En dan opeens komt hij los. Zijn handen spreken mee, in zijn ogen komt licht, de vermoeide trek gaat over in kleine rimpeltjes die een milde humor verraden en langzaam gaat een sterk sociaal bewogen mens open, die overgevoelig is voor contact en waardering, wat hij juist telkens weer tekort komt of door impulsiviteit zelf afbreekt.

Hij uit zijn teleurstelling over de mentaliteit in Hollywood, over de geringe belangstelling voor zijn gedachten. Hij vertelt over muziek en Strawinsky, haalt tekeningen, laat komposities op de band horen, zijn ogen worden vergeten en hij straalt opeens een activiteit en enthousiasme uit, die deze zojuist oude en vermoeide man tot een boeiende jonge geest omtovert. Hij gebaart met zijn handen, trekt aan zijn baard, filosofeert over Europa, wordt even fel, verbitterd, over al die vrouwen die alleen maar met huwelijksknopen zitten, relativeert dan weer alles, zich verontschuldigend tegenover de onbekende bezoekster. Dan vraagt hij zichzelf weer, ach wie hij is, mens tussen twee werelden, geen Amerikaan, geen Europeaan. Wie interesseert zich voor kosmologie?

Het is allemaal geld en seks. Is hij zijn tijd vooruit? Of vlucht hij eigenlijk voor de werkelijkheid? Had hij in Europa moeten blijven?

"Maar, meneer Rudhyar, waar komt u vandaan? In Nederland houdt men u voor een oosterling." Even maakt hij een afwerend gebaar. "Oh, het verleden, dat is lang geleden" en hij zwijgt en dreigt weer weg te duiken in zijn contactmoeheid.

Nee, dat moet niet. "Waar bent u geboren, wie bent u? Wilt u mij s.v.p. over uw leven vertellen." In de kamer staat een bandrecorder, een grammofoon, een paar boeken in een kastje, enige abstracte tekeningen zijn aan de wand geplakt. Alles ademt een tijdelijk verblijf. "Ja", zegt hij, alsof hij mijn gedachten raadt, "ik heb al mijn bezittingen, mijn schilderijen en de hele boel in Santa Fe. Daar in New Mexico heb ik jarenlang met mijn vrouw gewoond. Interessant land, daar zijn nog Pueblo Indianen. Moet u heen." Hij toont me de grote ruitvormige zilveren ring met groene malachiet aan zijn vinger. "Dat is een Indiaanse." Hij kijkt rond. "Oh, ik zit hier maar tijdelijk, mijn tweede vrouw liet zich in 1954 van me scheiden, ze had liever een man met een geregeld bestaan. Waar ik van hier heenga? Misschien wel naar de bloeiende woestijn, of naar Europa." Hij grijnst even. "Na vijftig jaar! Waar ik geboren ben? Nee, niet in AziŽ, wel in Parijs. Het oude Europa en daarbij nog van een bloedarm uitstervend geslacht."

Daar heb je die milde glimlach weer, waar de fijne aristocratische trekken doorheen glinsteren.

Opeens wekt hij deernis op. Deze man past hier niet in Hollywood, daar is hij veel te fijn voor gebouwd. Een kasteel aan de Loire, iets dat een oud verleden ademt, een glorieus aristocratisch dak boven zijn hoofd, waar hij de wereld kan ontvluchten en filosoferen over een nieuwe. Nee, in dit Los Angeles van miljoenen auto's en smog en lawaai hoort deze man niet. Maar waar dan wel?

"Rudhyar is mijn schuilnaam, al van mijn 16de jaar, toen ik mijn Frans verleden achter mij liet" en dan vertelt hij van zijn avontuurlijk leven:

De man die zich Dane Rudhyar noemt werd in Parijs geboren, 23 maart 1895. In een uitgebloeid geslacht was hij een laatste vroegbloeier. Op zijn 16de jaar heeft hij zijn propaedeutisch filosofie al gehaald, studeert rechten en schrijft zijn eerste boek, over Claude Debussy. Dit en zijn gelijktijdig gecomponeerde pianowerken worden in 1913 door Durand uitgegeven. Hij studeert vervolgens aan het Parijse conservatorium, schrijft revolutionaire artikelen over muziek en dans, beweegt zich in de Parijse kunstwereld, wordt daar als een der avant-garde jongeren beschouwd. In het begin van de eerste wereldoorlog wordt hij secretaris van de beeldhouwer Rodin.

Dan plotseling, midden in de oorlog snijdt hij deze carriere af. Zijn avonturiershart ontwaakt, hij scheept zich in voor de nieuwe wereld. Radicaal snijdt hij alle banden met het verleden af: 'la France est morte'. Hij neemt een nieuwe, oosters klinkende naam aan. Als Dane Rudhyar arriveert hij in New York, waar vanaf 1916 al direct een stormachtig succes zijn deel wordt. Pierre Monteux dirigeert zijn komposities in de Metropolitan Opera in New York.  Rudhyar zelf reist door Amerika, Canada, met zijn dan ultra-moderne lezingen over polytonische muziek. Hij schrijft boeken, artikelen, "The Re-birth of Hindu Music", het twaalf-tonenstelsel, is medewerker aan de Music Quarterly, komponeert, wint de US1000 dollar prijs voor zijn symfonisch gedicht "Soul Fire", speelt zelf op concerten, werkt voor films in Hollywood. In de naoorlogse jaren van 1918-1922 vinden de geniale ideeŽn van deze jonge mysterieuze oosterling van nog geen 25 jaar grif ingang in de nieuwe wereld. Na zijn dertigste blijkt zijn veelzijdige genialiteit, die hem ook, later, wel tot versplintering zal leiden. Hij geeft cursussen over "Liberation through Sound" (1931), over filosofie, psychologie met kosmische boventoon - in de jaren '30 nog iets totaal ongehoords.

Dan, opeens, doet hij weer eenzelfde stap als 15 jaar eerder. Hij snijdt alle banden af met de muziekwereld en trekt zich samen met zijn eerste vrouw terug in Santa Fe, New Mexico, waar hij in deze jaren gedichten schrijft en zijn bekend geworden boeken over astrologie en symboliek. Nu publiceert hij een eigen blad "Hamsa" voor geestelijke wederopbouw, vertaalt boeken o.a. van Bo Yin Ra, schrijft regelmatig voor het in die jaren zeer moderne en hoogstaande "American Astrology" onder de bekwame leiding van Paul Clancy. Enige symbolische gedichten en romans verschijnen van hem, o.a. "White Thunder".

Dan, in 1938, openbaart zich plotseling een nieuw facet van zijn mogelijkheden. Hij krijgt de impuls tot schilderen en is deel van de Transcendental Painting Group, schrijft hier een boek over. In deze periode raakt hij verzeild in ideologische stromingen, waar hij zich met zijn bekende felheid en radicaliteit ook weer aan ontrukt. De worsteling van die jaren en de dan ontvouwende ideeŽn vinden vooral zijn weerslag in het in 1949 verschenen boek "Modern Man's Conflicts" met als ondertitel "The Creative Challenge of a Global Society" (uitgave Philosophical Library, N.Y.).

In 1945 trouwt hij voor de tweede maal met de dochter van een bekend Russisch schilder en weer gooit hij zijn daadkracht totaal om. In samenwerking met de psychiater Moreno organiseren zijn vrouw en hij afdelingen voor psychodrama in Iowa en Californie. Hij geeft astro-psychologische adviezen, keert tevens terug tot het komponeren, schrijft kwintetten. In 1954 scheidt zijn vrouw van hem.

Sindsdien heeft hij tot 1962 niet meer gepubliceerd dan artikelen in astrologische bladen en een serie maandelijkse "Seed"-brochures, filosofische brief- beschouwingen voor zijn in Amerika kleiner wordende kring van geÔnteresseerden.

We nemen afscheid met een "au revoir" in Europa. En inderdaad, na 50 jaar keert hij in 1959 terug voor een kort bezoek aan Parijs en Zwitserland. Het is dan alsof Europa nieuwe pijlen van energie op hem afvuurt. Het continent van zijn jeugd dat hij meende stervend achter te laten, blijkt geestelijk springlevend te zijn. Terug in de Ver. Staten houdt hij het daar niet uit, keert in 1962 voor een bezoek aan Frankrijk, Engeland terug, houdt even een lezing in Nederland, waar enige van zijn in Amerika niet herdrukt te krijgen boeken weer worden uitgegeven - in het Engels zijn uitgekomen bij Servire in 1962 en 1963 resp. "The Pulse of Life" en "Astrology of Personality". En nu, in april 1963, komt hij weer van New York naar de oude wereld, waar hij nieuwe relaties komt leggen en gaat filosoferen over zijn nieuwe wereldconceptie.

Zijn ideeŽn zijn onmogelijk in dit korte artikel weer te geven. Men leze zijn boeken zelf. Rudhyar's gedachten cirkelen als atomen rond de kern, die hij formuleert als de creatieve krachten van het universum, waarin de roep is om een nieuw mensentype in een nieuwe onderlinge relatie, waardoor alle sociale processen veranderd zullen worden. Hij wil doen ontwaken "een zaad voor beter leven".

Er is de mogelijkheid, zegt hij, dat de mens van nu ontwaakt in de potentialiteit (die als een impuls uit de kosmos komt, zegt hij als Zon in Ram!) van het nieuwe moment, de nieuwe dag, die ontstaat als een mysterieus plus-element in elke relatie. Iedere ontmoeting, elk verband leggen, wekt een nieuwe ontlading van mogelijke kracht op, waardoor wij zelf vernieuwd worden. De specialiteit ligt hem in de ontmoeting, de intermenselijke relatie. Hierin staat hij merkwaardig dicht bij de moderne Franse existentie-filosofen (collektief onbewust zeer interessant, hij die als Dane Rudhyar zijn bewuste banden met de geboortebodem tot 1959 had verbroken).

Vaak betrekt hij in zijn gedachten speciaal de vrouw en haar positie. De vrouw, als potentiŽle tegenpool in de relatie. Vooral in de vrouw ziet hij het geestelijk zaad voor een nieuwe wereld, die zal ontstaan uit katharsis, reiniging en gedeeltelijke vernietiging van de oude aarde aan het eind van de cyclus. Rudhyar spreekt vaak over cycli en een nieuwe orde.

Astrologisch was ons bijzondere verband duidelijk: Rudhyar's Zon in de derde graad van Ram in het derde huis staat pal op mijn Jupiter conjunct Uranus, beide in diezelfde derde graad van Ram in mijn derde huis (geboren 20-8-1927 te Vlissingen, 27 Boogschutter rijzend). Allicht was het de bedoeling dat zijn briljante geest via mij als instrument nieuwe bemoediging zou vinden om uit zijn uitgevers-impasse te geraken. Via Holland en mijn kontakten daar zou plotseling een nieuwe opening komen en een nieuwe impuls tot zijn publicaties in de '60er jaren. Tijdens zijn eerste bezoek aan Nederland en mij in Den Haag van 9-11 januari 1960, organiseerde ik een huisbijeenkomst waarin Rudhyar voor het eerst Wim Koppejan ontmoette, die toen onze enige exponent was van de graadsymbolen van de Franse Janduz en de Sabian symbolen van de Amerikaanse Marc E. Jones en Dane Rudhyar zelf. Dat was een historisch moment. De jonge Niek Scheps was daar bij en andere bekende namen. Rudhyar schrijft later: "ik vind de sfeer van Den Haag erg prettig" en terug in Amerika: "ik mis Europa, Parijs in het bijzonder en de enkele die ik bij jou ontmoette - en jou! Maar jij bent natuurlijk erg Europees. Ik hoor schijnbaar helemaal nergens thuis en dat is erg eenzaam" (16 sept. 1960).

Hij komt in 1961 per boot uit Amerika naar Parijs terug, waar hij de zomer doorbrengt. De volgende zomer '62 vaart hij weer vanuit New York over. Hij houdt de lezing in Zeist, ontmoet Verhulst en bezoekt ons weer in Den Haag. Hij vraagt mij dan om voor hem contact te onderhouden met Servire en het volgende voorjaar een weekend voor hem te organiseren. Het lukt mij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Amersfoort te interesseren. Rudhyar reist inmiddels weer per boot en trein terug naar Californie. Hij loopt nu tegen de 68 en klaagt in zijn brieven over lawaai, kou, voortdurende oververmoeidheid, niet tegen het licht kunnen en zijn oogspecialist, want hij heeft ernstige oogklachten.

In april '63 vaart hij met de s.s. "Maasdam" weer naar Europa en landt in Rotterdam. Hij rust een dag uit in Den Haag en daarna reizen we samen naar de Amersfoortse school, waar een aantal bewonderaars hem al opwacht. Het is een intensief weekend. Zijn onderwerp is: "Het verrijzen van een wereldsamenleving" en zijn drie lezingen omvatten: "De geschiedkundige toestand", "Psychologische transformatie", "De planeet als een gebied van onderling afhankelijk samengestelde activiteiten en de functie van de mens hierin". (Hij schreef mij later hoe verheugd hij was voor dit hele weekend fl. 300,- te krijgen!) Het zijn ons nu, dertig jaar later, welbekende woorden en begrippen, maar toen in 1963 was het meeste nieuw voor dit Nederlandse gehoor. Rudhyar is altijd zijn tijd vooruit geweest en werd vaak niet begrepen. Dit zou zijn laatste tocht naar Holland worden en voorzover ik weet, ook naar Europa.

In de zomer van 1963 trouwde hij zijn derde vrouw Tana. Met haar hulp luidde dit zijn een na laatste langdurige schrijf- en publicatie periode voor de Verenigde Staten in. Zijn laatste creatieve periode begon toen hij 79 jaar oud in 1976 met Leyla Rael trouwde, die hem met de publicaties tot zijn einde heeft bijgestaan.

Nadat mijn man Willem Koppejan in 1979 overleden was, bleef Rudhyar mij stimuleren om ons werk met de graadbeelden in het Engels uit te brengen. Hij heeft helaas niet meer de uitgave beleefd van "Zodiac Image Handbook" (Element Books UK 1990) of "Beeldgids van de Dierenriem" (Kluwer 1990).

Heeft Rudhyar met dit alles, als mens die tussen twee continenten heeft geleefd en zich er misschien tussen versplinterd heeft, ons iets te zeggen in Europa? Zijn wij verder verdiept dan hij, of blijft hij ook nu nog de mens van de revolutionaire nieuwe impuls? Hoe het ook zij, als pionier en geniaal mens met een glorieus verleden, blijft hij het waard om als menselijke persoonlijkheid vandaag nog te ontmoeten via de cassettes van zijn lezingen en zijn boeken. Misschien legt hij ook in ons een zaadje van visie voor een nieuw mensentype. Zoals de schrijver Claude Bragdon van hem zegt:

"Rudhyar is een man van diepzinnige en doordringende visie, wiens schrijven het leven verlicht."

Helene W. Koppejan-van Woelderen,  Glastonbury, Engeland, 1993

 

 

Vervolg rondleiding door de site