Terug naar de eerste pagina
vervolg de rondleiding door de hele website
voor alle pagina's op deze site
Informatie over lezingen, workshops, cursussen en congressen
Informatie over de cursus/opleiding astrologie via email/internet
Kwartaalblad van het CHTA
Index van alle artikelen op deze site
Informatie over de CHTA uitgaven
online astrologische booekwinkel via bol.com
interessante en handige links voor astrologen
chta,org, min of meer de "groepssite" van de chta-club

 


1) CONGRES "HOROSCOPES AND HISTORY", UVA, 26-28 juli 2004

Afgelopen week nam ik deel  aan een unieke gebeurtenis samen met zo'n 100 andere astrologen en geleerden/wetenschappers, in een 3 daags congres over Horoscopen en Geschiedenis, dat gehouden werd op de Universiteit van Amsterdam van 26-28 Juli. De voertaal was Engels gelardeerd met flink wat Latijn. De UvA is de enige universiteit in de wereld die een studie biedt op het gebied van de westerse esoterie. Het is onderdeel van de Godsdienstwetenschappen en ving klaarblijkelijk aan in 1999.  Historische ontwikkelingen en de culturele invloed op alternatief religieus denken zijn de studieonderwerpen. Een deel hiervan behandelt de zg. occulte wetenschappen, waaronder astrologie, alchemie en magie. Andere studieonderwerpen zijn Hermetische filosofie, Paracelsus, de Rozekruisers, Vrijmetselarij, Theosofie en de opkomst van het New Age denken. In de tussentijd zijn er ook Master's programma's in mystiek en westerse esoterie.  (www.hum.uva.nl/graduateschool en www.amsterdamhermetica.com).

De afd. "History of Hermetic Philosophy and Related Currents" organiseerde dit congres. Het ging niet over de geschiedenis van horoscopen, maar over horoscopen zoals ze in de geschiedenis zijn gepubliceerd en hun mogelijke invloed. 

Er werden (voor-) lezingen gehouden door een verscheidenheid aan geleerden, die voor het merendeel nogal saai genoemd zouden kunnen worden vanuit astrologisch gezichtspunt. Ik kan me echter goed voorstellen dat historici die onderzoek plegen heel erg gestimuleerd worden door sommige van de bevindingen. En ondanks het feit dat ik me de helft van de tijd afvroeg wat de relevantie nu was van de bevindingen die naar voren gebracht werden, was ik van begin tot eind helemaal in de ban van deze presentaties! Er was op zich een soort magie met herinneringen aan een lang vervlogen verleden waar deze onderwerpen bediscussieerd werden in een academische sfeer, waar geleerden elkaar's bevindingen met elkaar deelden en stimulerende discussies over deze onderwerpen gehouden werden.

Op maandag kregen we 4 lezingen m.b.t. het algemene thema Horoscopen als Historische Bronnen. De eerste lezing was van Dr. Peter Schiller, een Duitse kunsthistoricus en auteur van Geschichte der Himmelskunde, een methodologische benadering van astrologische berekeningstechnieken voor geschiedkundige doeleinden. Zijn uitgangspunt was dat horoscopen geschiedkundige bronnen zijn en liet drie afbeeldingen zien van in steen gegraveerde horoscopen die de horoscopen waren van het leggen van de eerste steen van verschillende bouwwerken. Vervolgens liet hij ons zien dat deze horoscopen hier en daar ernstige fouten vertoonden, een ervan had bijvoorbeeld de tekens Kreeft en Steenbok afgebeeld na Waterman en Leeuw in plaats van ervoor. Planeetposities in die in steen gehouwen afbeeldingen waren vaak simpel uit de efemeride en afgerond op het eerste cijfer. De "Bauhoroskop" in Freiburg, afgebeeld in een capsule van lood met een diameter van 8 cm, liet zelfs planeetposities zien die in hun combinatie niet eens bestonden. Zijn conclusie was dat horoscopen inderdaad als historische bronnen kunnen dienen,  maar dat ze opnieuw nagerekend zouden moeten worden.

James Herschel Holden, M.A., in feite een astroloog en Researchdirector van AFA (Amerika), presenteerde  de volgende lezing. Zijn uitgangspunt was dat alle variaties van horoscopie beoefening uurhoekduidingen waren. Zelfs het duiden van een geboortehoroscoop valt volgens hem onder deze categorie, waarbij hij de vraag "wat gaat er gebeuren"  ook zag in het ontdekken van iemands karaktertrekken (m.a.w. hoe gaat deze individu zich ontwikkelen). Daarmee zegt hij dus iets over hoe hij geboortehoroscopen duidt. Hij gaf vervolgens een heel welsprekende verhandeling over hofastrologen in het verleden  en hun voorspellingen en stelde dat er na 1700 eigenlijk geen hofastrologen meer geweest zijn, waarbij hij wel refereerde aan het feit dat de Reagans Joan Quigley als astroloog ingeschakeld hebben maar klaarblijkelijk weer niet op de hoogte was van het feit dat Prinses Diana een astroloog had. (Penny Thornton) 

Dr. Rudiger Plantiko studeerde wiskunde, natuurkunde en Egyptologie in Bonn en Zurich, en sprak over de ontwikkeling van huizensystemen in relatie tot primaire directies. Hij zei dat Ptolemaeus nooit gezegd heeft welk huizensysteem hij zelf gebruikte. In de Tetrabiblos beschrijft hij echter wel dat de Ascendant al begint te werken 5 graden voor de Ascendant zelf en dit heet klaarblijkelijk de `Ptolemaeische verschuiving´. Naar mijn idee is het de gebruikelijke ervaring in de horoscopie dat huizencuspen het sterkst werken zowel direct voor als direct na de cuspen dus om daar nou nieuwe huizencuspen van te gaan maken die 5 graden eerder dan in werkelijkheid beginnen, lijkt me persoonlijk niet zo´n heel zuivere interpretatie. 

Oorspronkelijk werd de horoscoop met alleen de vier kwadranten afgebeeld (zie de Neugebauer Collectie met de horoscoop van de Oxyrhynchuhs Papyrus), en huizen waren hetzelfde als tekens, een heel huis was dus hetzelfde als een heel teken. Tegenwoordig noemen astrologen dit het Whole House systeem (Heel Huis systeem, letterlijk vertaald). Het huizensysteem dat aan Porphyrius toebedeeld is blijkt notabene in werkelijkheid van Vettius Valens te zijn, en nog iets anders wat ik leerde: het huizensysteem dat we Placidus noemen, werd nooit bedacht door Placidus, die er slechts de uitgever van was, maar door Magian (precies zoals bij Koch, die het Koch huizensysteem alleen publiceerde en er ook niet de bedenker van was). Voordat de Placidus cuspen gemeengoed werden was er eerst de ontwikkeling via Alcabitius, Campanus en Regiomontanus. (Zie trouwens ook deze pagina's over huizensystemen).  Plantiko stelt dat Campanus het meest harmonieuze systeem is als je uitgaat van positie alleen en niet van tijd. Hij noemde ook het systeem van Haly Abenragel, dat niets anders blijkt te zijn dan het in Nederland (en ook alleen daar) gebruikte APC systeem. Plantiko´s diagrammen van hoe Campanus, Regiomontanus en Placidus berekend werden waren interessant maar vlogen voorbij op het scherm zodat ik ze nauwelijks kon volgen laat staan bestuderen. 

De laatste presentatie op deze eerste dag kwam van  Dr. Patrick Curry, ook geen onbekende in de astrologie en Senior Lecturer at Bath Spa University College.  Zijn doel was om de suggestie aan de hand te doen dat de sociale geschiedenis van de astrologie erg gebaat zou zijn om zijn diachronische nadruk op de traditie te complementeren met de synchronistische benadering van ritueel in de antropologie. Curry jongleerde zijn hele presentatie met dergelijke volzinnen en het duurde even voor ik in de gaten kreeg wat hij nou eigenlijk bedoelde te zeggen (waarin ik niet de enige bleek te zijn). Eerlijk gezegd, ben ik er nog niet helemaal zeker van of ik het begrepen heb maar ik maakte er uit op dat het hem er min of meer om te doen ging dat iemand die iets bestudeert onderdeel is en zich zou moeten voelen van het onderwerp wat hij/zij bestudeert. 


Het 2e panel op dag 2 presenteerde lezingen over het thema Horoscopen in de Oudheid en begon met een presentatie van Prof. Dr. Wolfgang Hubner, professor in het Latijn in Munster in Duitsland. Voor een astroloog was dit een heel interessante lezing omdat het om de "jacht op horoscopen" ging. In de oudheid was het verboden om horoscopen van keizers te publiceren. Twee horoscopen de Firmicus Maternus gebruikte in zijn Mathesis werden begin vorige eeuw al geďdentificeerd als zijnde die van Ceionius Rufus Albinus en keizer Hadrianus. Een andere horoscoop die in Mathesis 6,31,1 genoemd wordt met planeetposities blijken veel overeenkomst te vertonen met het moment van  22 Mei, 138 BC om 1600 pm, met Rome als geboorteplaats. De data werden aan Firmicus Maternus verstrekt in de 4e eeuw N.Chr. Met behulp van huidige computerprogramma's lijkt  het onmogelijk om een helemaal 100% sluitende horoscoop te vinden omdat Saturnus nog steeds wat afwijkt van het gepubliceerde, maar verdere lijken de gegevens die Firmicus Maternus noemt te zijn van keizer Sulla. En dat zou betekenen dat we daarmee de oudste geďdentificeerde horoscoop hebben! Het is zeker dat Firmicus Maternus tabellen gebruikte voor zijn berekeningen, maar omdat deze allemaal verloren zijn gegaan valt niet na te gaan waar de eventueel foute stand vandaan is gekomen. 

Prof. Josephe Henriette Abry, die doceert aan de universiteit van Lyon en verschillende studies over Manilius en de astrologie in de oudheid op haar naam heeft staan, presenteerde een lezing waarin zij suggereerde dat het wel eens aan de astrologie te danken zou kunnen zijn geweest dat Agrippina in de nacht van Claudius'dood zo lang wachtte met het aankondigen ervan, en dat pas tegen twaalf uur de volgende middag de deuren open gingen en Nero verscheen als volgende keizer. Er waren hofastrologen aanwezig. Met andere woorden, ging het hier om een manipulatie vanwege de astrologie of niet? De tijd waarop Nero namelijk verscheen markeerde het begin van zijn heerschappij en om 12 uur was er een Zon/Venus conjunctie aan de midhemel. Nero, die op 15 December, 37 AD geboren werd in Antium, tegen zonsopgang, had klaarblijkelijk een nogal zwakke horoscoop voor een keizer en iets hulp zou hij wellicht wel kunnen gebruiken. (Zijn Ascendant en Zon stonden op 23 Boogschutter, Maan op 9 Leeuw, Saturnus op 27 Maagd, Jupiter op 14 Schorpioen, Venus op 24 Steenbok en Mars op 27 Stier. De horoscoop van het begin van zijn heerschappij liet echter succes zien: (als je alleen op de midhemel let tenminste...)  13 Oktober, 54, om 12.00 of 12.10 uur in Rome. (Asc 24 Boogschutter, Zon 18 Weegschaal, Maan 27/26 Kreeft Saturnus op 4 graden Ram oppositie Mercurius in Weegschaal, Jupiter op 15 graden Ram, Mars op 17 gr Schorpioen.... en Venus op 17 Weegschaal conjunct de Zon en conjunct het MC  (P. Brind' Amour, l'horoscope de l'avenement de Neron, Cahiers des Etudes Anciennes 25,1991, pp 145-151) - Ref:  Vettius Valens, Anthologiae V, II,4 and Neugebauer: Greek Horoscopes, en de Mathesis van Firm. Mat, III, 6,21, III, 5,34, VI 25,1 en VI 16,2)   We werden in deze en sommige andere lezingen overigens getrakteerd op het Latijn als gesproken woord, en dan te bedenken dat het wel een paar Jupiter-omlopen geleden is geweest toen ik nog op school zat en Latijn moest leren:-) 

Dr. Stephan Heilen, assistent professor in de Klassieke Talen in Munster in Duitsland, besprak de drie horoscopen die genoemd worden in een lang uittreksel uit het verloren gegane werk van  Antionus van Nicaea (2e eeuw AD) dat bewaard is gebleven in de Apotelesmatika van Hephaestio Thebanus (5e eeuw AD). De astronomische data die voor de eerste horoscoop gegeven worden in deze tekst zijn Zon 8 Aq, Maan/Jup/Asc alle op 1 Aq, Saturnus 5 Cp, Merc op 12 Cp, Venus op 12 Pi, Mars op 22 Pi en het MC op 22 Schorpioen, hetgeen duidelijk om de horoscoop van keizer Hadrianus gaat.  (24 Januari, 76 AD). De 2e serie data die in de tekst staan zijn Zn 19 Ar, Maan 15 Ge, Sat 20 Li, Jup 6 Aq, Mars 15 Ar, Venus 5 Ar, Merc 6 Ar, Asc 24 Cn, MC 10 Ar, en er wordt vermeld dat de laatste Nieuwe Maan voor de geboorte in Ram stond. Dit komt overeen met een geboortedatum van 5 April, 40 AD en Neugebauer dacht dat het hier wel eens om de horoscoop van de vader van Hadrianus zou kunnen gaan.  Dr. Stephan Heilen denkt echter dat het gaat om Julius Servianus. Wat de 3e horoscoop betreft, daarvan denkt hij dat het gaat om Pedanius Fuscus, geboren op 5/6 April, 113 AD, het achterneefje van Hadrianus, en in eerste instantie de enige mogelijke opvolger. Hadrianus adopteerde tenslotte echter op 25 Februari 138 AD een (tweede) opvolger, Antoninus Pius en niet lang daarna stierf Pedianius.. De data die in de tekst staan zijn Zon/Asc in Ram, Maan in Stier, Saturnus en Mercurius in Ram, Jupiter en Venus in Vissen en Mars in Waterman. Iets anders wat Stephan Heilen tussendoor opmerkte  was dat in de genoemde bron de Ascendant gebruikt werd als aanwijzer voor het beroep (sic, zie les 10, jaar III van de CHTA emailcursus....waarin ik denk dat ik een nieuwe vondst had gedaan!:-) 

Nicholas Campion, ook van Bath Spa College en ook geen onbekende in de astrologische wereld presenteerde een "werk in uitvoering" waarin hij probeerde aan te tonen dat er zelfs in 475 en 484 na Christus nog Babylonische astrologie gebruikt werd en niet alleen Griekse horoscoopmethoden. Hij onderzocht daarbij twee (electie?) horoscopen van de proclamaties van twee rebellerende keizers, Leontius en Basilicus. Proclamatie Basilicus: 12 Jan, 0475 0900 LMT te Istanbul en die van Leontius: 18 Juli 0484 in Tarsus (36N55, 34E54, om 5.04.47 LMT). Zijn presentatie was nog niet geheel afgerond maar hij noemde het zelf ook een werk in uitvoering.

Na de lunch kregen we een voorlezing van Prof. David E. Pingree, professor in de geschiedenis van de wiskunde at Brown University met uitgebreide publicaties op zijn naam over Arabische en Indiase astrologie. Zijn presentatie was gebaseerd op de werken van Masha'allah  en hij schilderde een heel interessant beeld over de Jupiter/Saturnus conjuncties die gebruikt werden om cycli in de tijd te berekenen. 51 Conjuncties gaven een millennium aan, en een Jupiter/Saturnus conjunctie op 0 graden Ram wees op het begin en einde van een Yuga bij de Indiërs. Een Jupiter/Saturnus conjunctie in Steenbok markeerde het begin en einde van het universum, en een cyclus in de tijd eindigde met een groot Vuur als er een Jupiter/Saturnus conjunctie in Kreeft was en met een zondvloed als er eentje in Steenbok was. Om het meer aan te passen aan astrologische symboliek hebben astrologen dit later ook wel omgedraaid. 

De eerste Jupiter/Saturnus conjunctie in een waterteken, en wel op 24 Schorpioen in 3380 BC, en degene die hier 20 jaar later op volgde in 3360 BC op 3.49 Kreeft (graad van Jupiter's verheffing) waren de conjuncties die aan de zondvloed voorafgingen. Dit was alles zo'n beetje wat ik er in de gauwigheid van opgeschreven heb,  (S.E.&.O.) omdat hij helaas moeilijk te verstaan was. Zijn werk zal echter gepubliceerd worden en dat kon wel eens hoogst interessant materiaal zijn!  


Het derde panel presenteerde lezingen over het thema Middeleeuwse en Renaissance Horoscopen en begon met een presentatie van Dr. Josefina Rodriguez  uit Spanje, die ook op Harvard doceert in de talen van het Nabije Oosten. Ze sprak over 3 astrologische schrijvers uit het verleden, Abraham bar Hiyya, Abraham ibn Ezra en Yosef ben Eliezer, en over hoe deze probeerden astrologie toe te passen om bepaalde bijbelse episoden zoals de zondvloed te verklaren. Volgens Eliezer begon de zondvloed op een dag dat de Zon in Ram stond en de Maan in Schorpioen. Haar lezing en dia's gingen helaas ook een beetje te snel voor mij als leek op dit specifiek Hebreeuwse gebied om het goed te kunnen volgen.  

Robert Zoller ( astroloog in USA/Canada) was de volgende, en hij gebruikte de horoscoop van Heinrich Rantzau, geboren op 11 Maart 1526 om 22.27 uur LAT, (gerectificeerd door Zoller van een Ascendant van 16.22 Schorpioen, Zoller komt op 15.28 Schorpioen). Plaats: Arce Steinborch (Burcht Steinborch?) Holsatia, 9E34, 53N51. Hij gebruikte Regiomontanus huiscuspen en dezelfde middeleeuwse horoscooppraktijken als gebruikelijk in die tijd (waarin hij lesgeeft trouwens en die als enige juiste methode ziet geloof ik)  met het doel om dingen te ontsluieren over zijn leven die vooralsnog niet bekend zijn... Uit tijdgebrek kon Zoller niet ingaan op de technieken maar hij concludeerde dat Rantzau ergens een kind moest hebben gehad, een feit dat niet bekend is in de geschiedenis. Maar Zoller leeft in de volle verwachting dat dat feit nog een keer bekend gaat worden. Dit leverde een aantal kritische vragen op m.b.t. de onwetenschappelijke aard van zulke pogingen (dus iets te willen bewijzen aan de hand van een feit dat vooralsnog niet bekend is, dus het kan vooralsnog ook niet getoetst worden aan de werkelijkheid). Campion merkte daarover op (in relatie tot Popper's falsificatie theorie) dat die kritiek ouderwets was. Maar laten we wel zijn, waarom zou je eigenlijk iets willen aantonen waarvan je hoopt dat de toekomst je nog eens gelijk gaat geven in deze context van dit congres, en handelende over een persoon uit 1526?  Een ding wat interessant genoeg was om te vermelden is dat Zoller zei dat hij dacht dat Ptolemaeus, de grondlegger van de moderne astrologie, nooit zelf een praktiserend astroloog is geweest! 


De avondlezing die open was voor het publiek werd gegeven door Dr.Gunther Oestmann en handelde over de historische persoon  J.W.A. Pfaff, die de laatste is geweest die astrologie op een universiteit onderwees (zie Wilhelm Knappich's Geschichte der Astrologie). Aan het eind van de 18e eeuw werd astrologie niet langer getolereerd door de astronomen die aan het jagen waren op kometen en planetoďden en tegen die tijd van de Verlichting  een mechanistisch wereldbeeld hadden. J.W. Pfaff werd in 1774 geboren in Stuttgart. Hij begon zijn astrologiestudie in de traditie van Ptolemaeus in 1806 en publiceerde 20 jaar later een boek over Astrologie in 12 hoofdstukken en 242 pagina's. Dit boek stuitte op heel wat weerstand bij de reeds verlichte studenten van die tijd. Hij had ook het  lef om om maar zo tegen Champollion in te gaan met speculaties over Egypte en zijn wetenschappelijke reputatie was geruďneerd. In die tijd was er minder en minder belangstelling om astrologie te studeren en het eind van deze studie op academisch niveau was toen gekomen. Pfaff zou een totaal vergeten persoon zijn geweest als Wilhelm Knappich hem niet had herdacht in 1920 (in de topperiode van astrologie in Duitsland).  


Het thema van de woensdag begon met een voorlezing van een presentatie van  Dr. H. Darrel Rutkin die ook gepubliceerd heeft over Pico della Mirandola. In deze voorlezing werden de astrologisch praktijken van Kepler, Galilei, Bacon , Campanella en Morandi besproken. Kepler was opgevoed in de traditie van MELANCHTON en gebruikte horoscopen zowel voor persoonlijke als professionele doeleinden. Zijn persoonlijke horoscopen gebruikte hij om zichzelf en zijn familie te begrijpen,  en hij maakte gebruik van de techniek van revoluties (solaar etc.). Deze horoscopen zijn niet gepubliceerd. Professioneel gebruikte hij horoscopen (voor almanakken) waarin hij revoluties gebruikte om het weer, gezondheids- en politieke toestanden te voorspellen. Hij wilde de astronomie en astrologie hervormen, en wees het gebruik van de dierenriem en planeten als heersers af, om alleen gebruik te maken van de planeten en hun onderlinge aspecten. 

Galileo Galilei beoefende de astrologie maar had er geen behoefte aan deze te hervormen. Hij gebruikte astrologie ook persoonlijk en had een hele collectie horoscopen van zijn familie. Hij wilde de psychodynamiek van bijv. zijn twee dochters begrijpen: hun horoscopen zijn gepubliceerd.  Voor een wiskundige van die tijd was het heel gebruikelijk om de astrologie te beoefenen. Een van de technieken die Galilei ook gebruikte was rectificatie. 

Francis Bacon stelde wel een astrologische hervorming voor, hij wilde de astrologie in overeenstemming brengen met de natuur, als onderdeel van een natuurfilosofie (planeetperioden, revoluties, geboortehoroscopen en electies gebruikte hij wel, maar uurhoeken verwierp hij). 

Paus Urbanus VIII gebruikte astrologie in deze tijden om de horoscopen van zijn kardinalen uit te pluizen met name omtrent wanneer ze zouden sterven.  Gedurende de eclipsperioden tussen 1628 en 1630 werd hij zelf het onderwerp van doodsvoorspellingen. Morandi voorspelde deze voor 1630 maar al voor die tijd had Galilei (namelijk op 18 Mei 1630) het juiste jaar voorspeld. 

Dr. Steven Vanden Broecke demonstreerde vervolgens in een heel interessant betoog (half in het Latijn:-) hoe Cardano de eerste was die hele horoscoopcollecties publiceerde, ergens rond 1540 en ze ook gebruikte voor educatieve doeleinden. Zijn publicaties waren heel succesvol. Alhoewel me dit niet duidelijk werd tijdens de voordracht zelf, noemt de spreker in zijn gepubliceerde abstract van deze lezing hoe hij zich afvraagt of het ook zou kunnen zijn dat de publicatie van deze horoscoopcollecties symptomatisch zou kunnen zijn voor een verschuiving van de status van de astrologie, te weten van een wetenschappelijke naar een pseudo-wetenschappelijke, van een herbeoordeling van reconstructie in plaats van waarheid,  en van therapie in plaats van theorie. 

Dit zijn heel interessante vraagstukken die hier aan de orde komen omdat ze misschien wel eens precies kunnen aangeven wat de essentie van al deze lezingen was: wetenschap handelt over feiten, over het ontdekken van historische gegevens, over accuratesse in berekeningen, en pseudo-wetenschappen handelen over de interpretatie van deze elementen.

Dr.phil.habil. Kocku von Stuckrad, schrijver van een boek over de Geschiedenis van de Astrologie en de organisator van dit congres presenteerde vervolgens een heel onderhoudende verhandeling over hoe Cardano en Goethe een hele mode creëerden met het verweven van hun autobiografische verhalen met gegevens uit hun horoscoop.

Concluderend is het bijwonen van deze conferentie voor mij als astroloog een fascinerende ervaring geweest. Ik leerde een aantal dingen die ik niet wist, maar wat me nog het meest heeft geboeid was om mee te maken hoe de geest van wetenschappers werkt als ze het onderwerp van horoscopen aanraken. Voor mij als astroloog zijn de feiten van berekeningen, de gebruikte methoden en de horoscopen zelf gereedschap om te gebruiken. De wetenschap bestudeert klaarblijkelijk de gereedschappen, de astrologen gebruiken deze. 


De meeste papers die gepresenteerd zijn op dit congres zullen in iets gewijzigde vorm uitgebracht worden (verwacht wordt in 2005)  zie  http://home.planet.nl/~stuck008/rs.html (Het boek is inmiddels  in 2006 verschenen) 

Joyce Hoen DF Astrol S (©)


2) SYLLABUS VAN Prof. Dr. STEVEN VANDEN BROECKE
 VAN DE LEZING OP 16 december 2006
bijgewoond door Boogmans, R.

 

Op 16 december 2006 was er een lezing van geschiedenisprofessor Vanden Broecke Steven (KUB = universiteit Brussel) door de organisatie “Ronde Tafel” in Gent door Koen van de Moortel. *

De titel was enigszins veranderd naar:

Astrologie: tussen ethiek en christelijke moraal. Over ziel, lichaam, en moderne wetenschap

Een zeer interessante lezing naar de achtergrond en fundament van astrologie  met wetenschappelijke fundering door Geschiedenis Professor van de KUB (Katholieke Universiteit Brussel).

De Professor schetste de evolutie van de 2e eeuw na Christus (Griekse en Romeinse ethiek) tot de vroege 17e eeuw, door te vertrekken vanuit de sterke gelijkenissen tussen laat-antieke droominterpretatie en de astrologische praktijk zoals geschetst in Ptolemaeus’ Tetrabiblos.

Daarbij werd een algemene interpretatie ontwikkeld van de Ptolemaeďsche astrologie als een typisch laat-antiek instrument voor de “zorg voor zichzelf” (een concept dat ontwikkeld werd in Michel Foucault’s Le souci de soi (1984)), waarvan de algemene bedoeling was de individuele ziel toe te laten tijdens zijn aardse leven het individuele lichaam te “beheren” of “administreren”, met het oog op een optimale harmonie tussen ziel en lichaam. Dit uiteindelijke doel heeft zin binnen het kader van de Griekse eudaimonistische of gelukstehiek.

In de oudheid ( de Grieken en Romeinen) gaf de droominterpretatie een gevolg tot Transformatie van het Zelf wat het welzijn diende te bevorderen, mocht het evenwicht verbroken zijn wat de droom aangeeft bij analyseren.

Vervolgens werd via Augustinus’ 5e-eeuwse kritiek op de astrologie aangegeven hoe de opkomst van het christendom een totaal andere visie met zich bracht op de verhouding tussen ziel en lichaam (van ethiek naar moraal), een visie die beheerst werd door de notie dat de schepping (incluis het lichaam) iets is dat de mens van God heeft gekregen om te administreren voor God (vergelijking met de parabel van de talenten in het evangelie van Mattheus). Vanuit dat perspectief bekeken, is het dus een vergissing om een astrologie na te streven met implicaties voor de ziel (harmonie tussen ziel en lichaam bij Ptolemaeus), aangezien in de astrologie dat lichaam afgestemd wordt op een ander deel van de Schepping (hemellichamen), en dus dreigt ook de ziel te verankeren in die Schepping, eerder dan haar te richten op God.

In de late middeleeuwen proberen mensen als Pierre d’Ailly of Johann Lichtenberger aan Augustinus’ kritiek tegemoet te komen door een christelijke astrologie te ontwikkelen die de individuele ziel toelaat niet enkel het hele lichaam, maar ook de hele geschiedenis (mundane astrologie) ten dienste te stellen van het voorspellen van het einde van de geschiedenis (komst van Antichrist en terugkeer van Christus). Maar dit project stuit op nieuwe kritiek in het werk van Giovanni Pico della Mirandola, die de astrologen nu verwijt ook de hele studie van de wereldgeschiedenis (en dus niet langer enkel van het individuele lichaam) te verankeren in de Schepping, eerder dan haar te zien als iets dat rechtstreeks gericht moet zijn op God.

Hoe moeten astrologen omgaan met deze nieuwe, uitgebreide versie van de Augustiniaanse kritiek? 

Girolamo Cardano biedt één antwoord, vanuit de vaststelling dat astrologen zélf een eigen geschiedenis hebben (van een praktijk van zich steeds verbeterende kennis, die bekomen wordt door empirische gegevens –bijv. horoscopen- te interpreteren aan de hand van theoretische handboeken), en dus in een eigen “traditie” staan. Via het aanbieden van een gedrukte verzameling horoscopen aan de lezers, stelt hij zijn lezers in staat deel te nemen aan die traditie via eigen astrologische studie.

De christelijk-astrologische voorbereiding op het einde der tijden, is dus niet langer het lezen van God’s bedoelingen in de geschiedenis, maar het verder ontwikkelen van astrologische kennis en traditie zélf. Met andere woorden, het beoefenen van astrologie wordt één manier, naast vele andere, om vooruitgang in de geschiedenis mogelijk te maken.

Dit patroon wordt gedeeld met een vroege vertegenwoordiger van de moderne wetenschap als Galileo Galilei: geďllustreerd via de opdrachtbrief aan Sidereus nuncius (1610). Waar het verschil tussen astrologen en Galilei duidelijk wordt, is echter in het feit dat astrologen als Cardano vooruitgang zien als een kwestie van “deelkennis” te ontwikkelen die toont hoe een vaste theorie toegepast werd op nieuwe experimenten (nieuwe horoscopen), door aforismen te schrijven. Galilei heeft er geen probleem mee om vanuit de toepassing van theoretische kennis op nieuwe experimenten (bijv. nieuwe gegevens via telescopische waarneming), terug te koppelen naar een verandering van die theoretische kennis zélf.

-Raymond Boogmans, België december 2006.

* Prof. Vanden Broecke Steven http://www.kubrussel.ac.be/onderwijs/personeel/vandenbroecke/index.htm
* Ronde Tafel Gent .
http://www.astrovdm.com/lectures.htm


* Steven Vanden Broecke is voorzitter en hoofddocent aan de Opleiding geschiedenis van de Katholieke Universiteit Brussel (KUB), Vrijheidslaan 17, 1081 Koekelberg, België

Vervolg rondleiding door de site